
Voor Vocazine, Het magazine van de Nederlandse Vereniging van Zangdocenten interview ik in 2024, samen met collega Margo van Laack één van Nederlands vooraanstaandste liedzangeressen Elly Ameling. Zij is dan 90 jaar oud en vertelt volop over haar boeiende carrière en ervaringen.
“Het begint met muziek en eindigt met muziek” (Patricia Smulders)
Op de klanken van een CD met sfeervolle Gershwin Songs door Elly Ameling gezongen, worden wij gastvrij bij haar thuis ontvangen. Geweldig om deze vieve inmiddels 91-jarige ‘Grande Dame’ van het klassieke lied te ontmoeten en honderduit te horen vertellen over haar 40-jarige zangcarrière (1956-1996). Zij heeft het klassieke lied mede groot gemaakt, en onder de aandacht gebracht én gehouden.
Elly heeft in haar tijd gezongen met o.a. Dietrich Fischer Dieskau en Gerard Souzay, en nauw samengewerkt met de pianisten Rudolf Jansen, Dalton Baldwin, Irwin Gage en ook met Louis van Dijk! Zij geeft nog steeds vol enthousiasme masterclasses aan de jonge zangers van nu. Hoewel Elly zelf niet meer zingt is ze nog altijd met de aanwijzingen van de componisten aan het werk. Haar project uit 2020, ‘Some Thoughts on the Heart of Art Song’, is net vóór Corona-periode gereed gekomen. Vrijwel haar gehele repertoire staat ook on YouTube en Spotify. Haar nieuwe serie ‘Musings on Music’ is nu in volle gang.
Een interview met Elly Ameling.
Wat is: ‘Some thoughts on the heart of Art Song’?
Een serie lessen op YouTube waarin in kort bestek vele aspecten van de liedkunst aan bod komen, gerangschikt in hoofdstukjes zoals Legato, Diction, Vowels, Our Pianist, en nog meer. De lessen bevatten informatie voor elke student en docent van het klassieke lied. Ieder onderwerp wordt afgesloten met één of twee liederen met orkest of met piano, en die dienen als illustratie van het besproken onderwerp. Uiteraard beluistert men dat alles met een goede installatie en niet via een mobieltje zonder oortjes! Het zijn parels van haar unieke muzikaliteit en haar bezielende zangstem. Elly Ameling heeft veel te vertellen en steekt van wal.
Waarin bent u een voorbeeld voor de vocalisten van nu?
“Ik heb het voorrecht gehad te leven en te werken in de tweede helft van de 20ste eeuw: naar mijn mening is dat de tijd waarin de beste liedzangers leefden. Velen van hen waren ook uitstekende operazangers en -zangeressen. Het was de tijd dat het besef leefde dat men de muziek dienen moet, en die niet in de eerste plaats gebruiken als voertuig voor het eigen ik. Dat lijkt mij de crux voor alle musici, maar vooral voor zangers: hun instrument is immers hun eigen stem, daar ben je trots op…

Ja, een mooie stem is uitzonderlijk, maar dan begint het pas: ik heb een aardige vleugel in huis, maar ik kan er niet mooi en betekenisvol op spelen! Je hebt een partituur met de aanwijzingen van de componist, die je haarfijn moet uitvoeren en de woorden van de dichter die je over het voetlicht moet brengen. Liederen zingen is herscheppen wat componist en dichter je hebben gegeven. Heb je verbeeldingskracht, ‘Imagination’ (zie dat hoofdstukje van ‘Some Thoughts’), dan gebeuren al die aanwijzingen via jouw ‘persoonlijkheid’ die ook onmisbaar is, maar niet op de voorgrond treedt. Alleen dan kan iemands zang bezield klinken: bezield door de opdracht die de zanger en de pianist van componist en dichter krijgen.”
Kunt u iets vertellen over de verschillende talen die gezongen worden?
“Meest gekozen liederen zijn in het Duits waar het Romantische Kunstlied ontstond en daarna overgenomen werd in het Frans. Voor het Frans: ga naar Pierre Bernac: ‘The Interpretation of French Song’. Dit is de titel van zijn aloude en nog steeds gebruikte boek, dat trouwens in 28 talen verschenen is. Toen ik voor ’t eerst ‘Shéhérazade’ van Ravel ging uitvoeren met het Rotterdams Filharmonisch Orkest onder Jean Fournet, had ik niemand geraadpleegd over dit stuk; ik had alleen precies gedaan wat er in het boek van Bernac stond.
Daarnaast beluisterde ik de fameuze opname van Susanne Danco met dirigent Ernest Ansermet. Fournet had geen enkele op- of aanmerking tijdens de repetities!
Bij Franse liedkunst is het belangrijk te beseffen dat de Franse taal zeer legato , gebonden wordt uitgesproken. Er is weinig verschil tussen lange en korte vocalen zoals dat , o.a. in het Duits, veroorzaakt wordt door enkele of dubbele medeklinkers voor een klinker. Ik heb geprobeerd dat uit te leggen in een van de chapters van “Some Thoughts….”
Luister naar Fischer Dieskau : de Duitse taal heeft nu eenmaal die dubbele medeklinkers. Maar waar de tekst vraagt om een ogenblik legato , grijpt F.D. die kans om plotseling duidelijk gebonden te zingen, ook al is het maar voor enkele woorden , of zelfs enkele lettergrepen. Voor een goed begrip: dat kan hij alleen doen als het woord hem niet de korte vocalen gebiedend voorschrijft.
“Hoe werkt u in uw masterclasses? Wat komt u tegen?”
Ik vraag aandacht voor de samenwerking van zanger en pianist. Het meest moet ik wijzen op het grondbeginsel: doe wat er staat, in de noten en in de aanwijzingen. Discipline alsjeblieft, en niet zelf van alles erbij maken. Bij Schubert en zijn tijdgenoten vinden we nog niet veel aanwijzingen speciaal voor de zangstem: doe dan wat er in de pianopartij staat. Logisch toch? Latere componisten zoals Mahler , Alban Berg, schreven al veel meer opmerkingen voor de zanger bij het notenbeeld.
Alleen door die dienende discipline ( daar zijn die woordjes weer!) kan iemands eerlijke bezieling vrij komen. En dat is toch wat je publiek raakt. Dáár komen ze voor. Zie ook chapter “Research” in “Some Thoughts…”: on YouTube.
“Wie waren uw voorbeelden? Wie inspireerden u als zangeres?”
Het eerste zangrecital dat ik bijwoonde was toen ik 18 jaar werd en met mijn moeder ging luisteren in de kerk aan de Westzeedijk in Rotterdam. Gérard Souzay liep verend het podium op en Jacqueline Bonneau – zo leek het – zweefde mee aan zijn arm. Ik vergeet nooit de magie die er van dat muziekmaken uitging.
De volgende avond zat ik bij Wim Sonneveld met Albert Mol , Conny Stuart, Hetty Blok, en Lia Dorana.! Deze mensen zongen allemaal sprekend en spraken allemaal zingend. En dat is voor liedzang ideaal. Ook Anne Sophie von Otter, Lenneke Ruiten, Sophie Rennert – en vele baritons van nu kunnen dat heel goed!
“Wat betekende de uitreiking in 1996 van de Elly Amelingring voor u? “
Ik vond het een grote eer die ’ Ring voor de Liedkunst ‘ te mogen ontvangen tijdens mijn afscheidsconcert in de Grote Zaal . Martijn Sanders, die toen de directeur van het Concertgebouw was, had dit bedacht met Elly Zwarts samen, evenals de stichting van het Elly Ameling Huis in de Tuinstraat in Amsterdam, ten behoeve van de huisvesting van studerende zangers. Toen het huis klaar was mocht ik het touwtje lostrekken van de Amsterdamse vlag voor de gevelsteen: “Elly Ameling Huis MM”: dat was namelijk in 2000. De Ring gaf ik op dat concert gelijk door aan Robert Holl , en in 2023 , bij mijn 90ste verjaardag hebben Rob en ik samen de ring doorgegeven aan Lenneke Ruiten, tijdens een televisie uitzending van Podium Klassiek.
“Veel jonge zangers hebben een groot volume op no. 1 staan. Wat vindt u?”
Luidheid – of het nu om zingen of spreken gaat – is voor het grote globale effect. Zachter zingen en spreken trekt de aandacht, de toehoorder moet wel luisteren. Daardoor zal die luisteraar niet alleen de grote lijnen horen , maar ook de vele details. En als het ergens om gaat bij alle muziek , maar zeker bij de liedkunst, dan is het om details. Onze tijd is daar – in het algemeen gesproken – niet bijzonder goed op ingesteld, helaas, we willen graag een show met veel geluid en lichteffecten. Zelfs in onze klassieke tempel , het Concertgebouw zien we zulke dingen voorbijkomen, gelukkig – nog wel – in de minderheid.
“Wat betekent de pianist voor u, voor de liedkunst? “
Ik zal u enkele van de woorden tonen die ik sprak bij de begrafenis plechtigheid van Rudolf Jansen, in Amsterdam , op 19 februari van dit jaar 2024 .
“”Als je met Rudolf zong dan werd je beter! Dat heb ik aanwijsbaar, hoorbaar beleefd. Iedereen weet dat in het lied piano en zangstem volkomen gelijkwaardig zijn. Maar die eerste maten, het voorspel , DIE scheppen de sfeer van wat er komen gaat, en ze voorspellen de inhoud van het verhaal dat volgt. In die schildering was Rudolf een Meester: zijn volume schakeringen waren eindeloos , zijn ritme altijd soepel, en zijn toucher was onnavolgbaar kleurrijk. Dan komt de zanger met de gezongen tekst en dan ben je – met Rudolf tenminste – samen aan het vertellen, of aan het schilderen, van sfeer.
Er ontstaat voor beiden een intuïtieve vrije overgave binnen de discipline. Hij leidt , ik volg – en andersom, als een danspaar dat over de vloer zweeft. “
“Waarom bent u gaan zingen? Wie inspireerde u tot zingen?”
Mijn moeder had een mooie warme mezzostem, en dat wil het kind dan nadoen. Toen ik een jaar of vijf was, zongen wij samen in de keuken als ik de kopjes mocht afdrogen. Het fysieke gevoel van te zingen deed me plezier. Later gaf mijn moeder mij LP’s van Seefried en van Spoorenberg, van Schwarzkopf, Souzay natuurlijk, en toen begon de schoonheid van gezongen muziek tot mij door te dringen. Op een middelbare school leerde je toen nog talen en die pasten precies op de mooie melodieën in mijn eerste zanglessen, 17 was ik.
“En wat inspireert u nu?”
Het gebeurt niet vaak dat iemand, jong of oud, een mooie stem heeft , die technisch volmaakt goed geleid wordt, en dat zo iemand een zuivere muzikale uitbeelding laat horen, smaakvol, en gevoed vanuit een eerlijk en ongeremd hart, met ook nog een duidelijke en gevoelvolle dictie! Maar àls dat allemaal tegelijk gebeurt dán barst ik in tranen uit. Dan heb ik immers Het Volmaakte gehoord?! Dat gebeurt mij zelden, maar wel bij jong zowel als oud, en even heftig. Ik heb geleerd dat soms, helaas, helaas! – een tijdje later diezelfde zanger of zangeres dat vermogen lijkt kwijt te raken. De enkeling die het zijn of haar gehele leven behoudt, die mag zich op den duur een grote zanger noemen. Die gelukkige uitzonderingen, denk aan Matthias Goerne, Christoph Prégardien zijn er wel degelijk nog steeds, en zo lang – of kort – ik nog leef , zal ik hun concerten blijven bezoeken. Er is namelijk nog een heel andere factor die hier een rol speelt: je persoonlijke smaak – en over smaak valt immers niet te twisten!

“Hoe zong u in, hoe trainde u uw stem?”
Vanuit de ademhaling en de toonplaatsing. Die twee moeten gelukkig getrouwd zijn! Geen ademspanning, maar adem energie. Nooit te véél adem. Toonplaatsing naar voren en ver de zaal in denken. Levenslang proberen verkeerde spanningen te vermijden. Voor mensen die van nature een welluidende en makkelijke stem hebben , hoeft er niet zoveel aan gedaan te worden, lijkt mij. Methode zus of zo , ik heb mijn twijfels…..of dat voor iedereen toepasbaar is….. want iedereen zit anders in elkaar. Ik heb altijd gedacht dat ik mezelf moest helpen. Het helpt wel als je niet zo’n heftig temperament hebt, dat je alles vastzet door overactiviteit. U voelt wel , en u weet : hier kun je tot in het oneindige over discussiëren. Dat is ook de reden dat ik nooit in techniek les heb gegeven. Hoe weet ik wat die ander in zijn lijf meemaakt? En in dat temperament? Hoge bewondering heb ik voor de mensen die deze belangrijke taak wèl op zich durven nemen. Op het podium heb ik weinig zenuwen gehad, want ik bereidde mijn zaakjes 200% voor. Dan heb je het idee: hier ben ik en ik ga deze mooie stukken met jullie delen, publiek! Inzingen deed ik zo weinig mogelijk : als het goed zit, zit het goed. Spaar je : er komt nog een hele avond.
“Wat deed u bij een mindere conditie van uw stem?”
Tijdens een repetitie, 1961 was het, staakte mijn stem: ik kon niet meer foneren. Of ik nog wel spreken kon, dat weet ik niet meer. Ik vertel dit nu, omdat ik – toen deze hobbel genomen was – nog 35 jaar heb gezongen, zonder problemen. Nogmaals ik vertel dit nu om aan jonge mensen te laten zien dat je nooit moet opgeven ( ik was intussen in een boekhandel gaan werken omdat ik van mening was dat zingen niet voor mij was weggelegd. Dat heeft acht maanden geduurd.) Ook heb ik aan deze kwestie toen nooit ruchtbaarheid gegeven. Weinigen wisten ervan. ZELF heb ik de carrière weer opgepakt, daarbij geholpen door de onvergelijkelijke juffrouw Schill , van het Nederlands Impresariaat. Zij had drie concertdata aangehouden, en mij rustig deze periode laten uitrommelen. Met haar hulp kon ik opnieuw beginnen, zij het aanvankelijk met lood in mijn zilveren schoenen.
Nu kan ik definiëren hoe het kwam: als kind hield mijn moeder me voor: “je mag nooit opscheppen”. Ik moet dus een lage zelf achting ontwikkeld hebben. Door de ingeboren liefde voor zingen had ik tegelijk een hoog aspiratie niveau. Die twee botsten. Psychologie van de kouwe grond? Ik had wel twee maal een eerste prijs gewonnen , 1956 Den Bosch ; 1958 Genève. Dat niveau moet je dan plotseling steeds weer kunnen halen: duidelijk toch?
Nu denk ik weleens dat ik misschien nooit beter zong dan in 1958, in Genève op dat concours, de Juwelen Aria uit Faust van Gounod. Wel een erg jonge stem dus minder kleuren, maar het gemak en de glanzende vreugde! Luister er eens naar. Hij staat twee keer online: in 1958 en in 1966, toen met Haitink. En wie had me dat geleerd, 20 minuten per week: meneer Dresden. (Sem Dresden). Hij vroeg steeds: ‘wat staat daar, dan moet je dat ook doen’. Onvergetelijke lessen, ook met mevrouw Dresden, de techniek. Als ik na die lessen naar huis terug ging voelde ik me opgewekt, ik had het idee dat ik alles kon. Resultaat van heel verstandig lesgeven van dit uiterst vakkundige echtpaar.
“Hoe ging u om met uw stem toen u ouder werd?”
Bij mijn 45ste en zeker in de tien jaren daarna kon ik met mijn stem eindelijk ook eens een wat warmere toon voortbrengen, donkerder kleuren waar dat nodig was. De hoogte bleef. Zo tot mijn 60ste heb ik nog wel Cd’s opgenomen. Daarna niet meer want als het iets minder klinkt, blijft ook dat voor altijd bestaan! Naar mijn mening moet je stoppen als het op het volgende concert niet meer ietsje beter is dan op het vorige. Als je merkt dat je het doel dat je voor ogen staat niet meer helemaal bereikt, dan moet je stoppen. “ Er is een tijd van komen, er is een tijd van gaan. Velen hebben het vernomen, weinigen hebben het verstaan.”Het gaat niet om jou, maar om de Muziek die jij dient. Wat heeft de mens aan slecht uitgevoerde muziek? !
“Wat betekent voor u een Life-Long- Learning?”
Een : ken je grenzen: ik heb – behalve Ilia in Idomeneo in Nederland en in de Verenigde Staten – nooit echt aan opera gewerkt omdat ik niet in zo’n kader van een groep medewerkenden paste, misschien omdat ik enig kind was?
Twee: ontdek waar je werken kunt : in mijn tijd, dus tweede helft 20ste eeuw, was er in Amerika een heel intense belangstelling voor de liedkunst. Dat gold voor New York ( ik zong daar in de enige echte OUDE Carnegie Hall, de twee kleinere later gebouwde zalen heb ik niet meer gekend) – en dat gold voor de universiteiten out in the nowhere , waar een student na afloop nogal eens keurig vroeg: may I kiss you? ! Natuurlijk mocht ie dat.
Drie: wees nooit tevreden. Ik was meestal niet tevreden over mijn werk, zeker niet over de Lp’s die verschenen, en die ik nooit echt geslaagd vond. Niets is waardevoller dan zelfkritiek. Toegegeven: nu, wat verder weg in de tijd, vind ik ze best goed. Ha ha!
Vier : ik kon niet weten dat ik sinds 1996 nu al 28 jaar ‘met pensioen’ zou zijn. Maar als je niet meer zingen kunt, kun je er altijd nog over praten. En dat doe ik met plezier IN MIJN KANAAL ( wat een uitdrukking!!!) on line.
Vol enthousiasme reikt Elly Ameling ons een aantal prachtige foto’s aan, waarop zij als klassiek liedzangeres is te bewonderen. “Auf Flügeln des Gesanges” rijden wij terug naar huis. Wat een boeiend gesprek met deze inspirerende en unieke warme persoonlijkheid. Een prachtig mens en zangeres. Onze Vereniging van Nederlandse Zangdocenten mag supertrots zijn op haar erelid: Elly Ameling.
Interview met Elly Ameling door Patricia Smulders en Margo van Laack, thuis bij Elly Ameling, maart 2024
Op de tekst rusten Auteursrechten.
Wie is wie?
Elly noemt erg veel musici die tegenwoordig niet meer zo bekend zijn. Terwijl de namen en de carrières van grote betekenis zijn in iets wat we inmiddels onze muziekgeschiedenis kunnen gaan noemen. Dit zijn ze.
Gérard Souzay (1918 – 2004)
Frans zanger (lyrische bariton). Hij wordt gezien als een van de grootste vertolkers van het Franse lied. Ook op het gebied van de Duits-romantische liedkunst gold hij als autoriteit. Souzay genoot internationale bekendheid door zijn gevoelvolle vertolkingen van het Duitse en Franse lied. Samen met Elly Ameling nam hij liederen van Gabriel Fauré op.
Jacqueline Bonneau (1917- 2007)
Alias Jacqueline Robin; geboortenaam Jaqueline Pangnier) was een Frans Pianiste. Ze ging op tienjarige leeftijd naar het conservatorium van Parijs en behaalde daar vijf eerste prijzen. Ze werkte samen met de zangeressen Elisabeth Schwarzkopf en Gérard Souzay als liedbegeleider. Ze werd vooral bekend als vertolker van Franse modernistische muziek en van de werken van Gabriel Fauré. Ze gaf les aan het Conservatoire de Paris van 1968 tot 1988 en werd in 1981 onderscheiden met het Légion d’honneur.
Willem (Wim) Sonneveld (1917 – 1974)
Nederlands cabaretier, zanger en acteur. Hij speelde in musicals, in de revue en had toneelrollen. Wim Zonneveld wordt als een van de “Grote Drie van het Nederlandse cabaret” van na de Tweede Wereldoorlog beschouwd, samen met Toon Hermans en Wim Kan. Tussen 1943 en 1959 speelde hij met zijn eigen cabaret groep: ‘Cabaret Wim Sonneveld’ een groot aantal shows.
Rudolf Jansen (geb. 1940)
Nederlands pianist en organist. Hij studeerde piano en orgel aan het Amsterdams Conservatorium (nu Conservatorium van Amsterdam) bij Nelly Wagenaar en bij zijn vader, de organist Simon C. Jansen. Hij ontving voor beide studies de Prix d’Excellence. Later behaalde hij de Aantekening Begeleiden bij Felix de Nobel. (wiki).
“Het is de stem van de zanger die pianist en vocalist onlosmakelijk aan elkaar verbindt” (operamagazine 2017)
Pierre Louis Bernac (1899 –1979)
Franse bariton en bekend als vertolker van het Franse Lied. Hij had een nauwe samenwerking met Francis Poulenc, met wie hij optrad in Frankrijk en in het buitenland. Poulenc schreef 90 liederen voor hem tijdens hun 25-jarige muzikale samenwerking. Bernac stond bekend als leraar; onder de zangers die bij hem studeerden waren Elly Ameling, Grace Bumbry, Mattiwilda Dobbs, Carol Neblett, Jessye Norman en Gérard Souzay. (Wiki)
His style influenced by the baritone’s peculiarly refined artistry”, according to Grove’s Dictionary of Music and Musicians.
Bernac schreef twee boeken: The Interpretation of French Song (1970) en Francis Poulenc: The Man and His Songs (1977). Hij schreef het eerste boek in het Engels voor de begeleiding van Engelssprekende zangers.
In het eerste hoofdstuk van ‘The Interpretation of French Song’ beschrijft Bernac de rol van de concertzanger en de betekenis van ‘interpretatie’: het tot leven brengen van de woorden en de muziek door middel van verbeeldingskracht en persoonlijke visie, met onophoudelijk respect voor de aanwijzingen van de componist en voor de onafscheidelijkheid van de tekst en zijn muziek (wiki).
Patricia Smulders, mei 2024.
Kijk in mijn blog voor meer artikelen voor Vocazine

